Sparen en beleggen na je 70e: zekerheid, rendement én vrijheid
Wie de 70 passeert, krijgt over geld vaak hetzelfde advies: neem geen risico meer en zet het vooral veilig op een spaarrekening.
Dat klinkt verstandig, maar zo eenvoudig ligt het niet.
Wie tegenwoordig 70 jaar is, kan gemakkelijk nog vijftien, twintig of zelfs meer jaren voor zich hebben. In die periode blijft inflatie bestaan, kunnen de kosten van levensonderhoud stijgen en wilt u waarschijnlijk ook gewoon van uw vermogen kunnen genieten.
Daarom is de belangrijkste vraag niet:
“Ben ik niet te oud om nog te beleggen?”
Een veel betere vraag is:
“Welk deel van mijn vermogen moet beschikbaar en veilig blijven, en welk deel kan ik voor langere tijd missen?”
Dat verschil is essentieel.
70 jaar betekent niet dat uw financiële horizon voorbij is
Veel mensen denken bij beleggen automatisch aan een periode van dertig of veertig jaar. Voor iemand van 70 zou beleggen daarom niet meer interessant zijn.
Maar leeftijd alleen zegt weinig.
Stel dat u 70 bent en voldoende pensioeninkomen heeft om uw dagelijkse uitgaven te betalen. Daarnaast beschikt u over €250.000 spaargeld waarvan u waarschijnlijk een aanzienlijk gedeelte de komende tien jaar niet nodig heeft.
Dan is uw situatie heel anders dan die van iemand van dezelfde leeftijd die maandelijks geld uit zijn vermogen moet opnemen om rond te komen.
De juiste verdeling tussen sparen en beleggen wordt daarom vooral bepaald door:
- uw maandelijkse inkomsten;
- uw vaste uitgaven;
- uw gezondheid en verwachte zorgkosten;
- uw woonsituatie;
- hoeveel vermogen u beschikbaar heeft;
- hoeveel geld u de komende jaren denkt nodig te hebben;
- hoeveel financiële risico’s u accepteert;
- en of u vermogen wilt nalaten aan kinderen of kleinkinderen.
Uw leeftijd is dus maar één onderdeel van de financiële puzzel.
Waarom alleen sparen ook een risico kan zijn
Een spaarrekening voelt veilig.
U ziet €100.000 op uw rekening staan en een jaar later staat die €100.000 er waarschijnlijk nog steeds, eventueel aangevuld met rente.
Maar daarbij wordt één belangrijk probleem gemakkelijk vergeten:
inflatie.
Wanneer prijzen gemiddeld stijgen, kunt u met hetzelfde bedrag ieder jaar iets minder kopen.
Stel dat u €100.000 bezit.
Bij een gemiddelde inflatie van 2,5% heeft dat bedrag na tien jaar nog ongeveer dezelfde koopkracht als ongeveer €78.000 vandaag.
Uw banksaldo is misschien niet verdwenen, maar een belangrijk deel van uw koopkracht wel.
Daarom bestaat financieel risico uit meer dan alleen koersdalingen.
Er zijn verschillende risico’s:
Beleggingsrisico
Uw belegging kan tijdelijk of permanent in waarde dalen.
Inflatierisico
Uw spaargeld verliest koopkracht.
Liquiditeitsrisico
Uw geld zit vast terwijl u het nodig heeft.
Langlevenrisico
U leeft aanzienlijk langer dan waarmee u financieel rekening had gehouden.
Juist na uw 70e moet u al deze risico’s tegen elkaar afwegen.
Eerst sparen, daarna pas beleggen
Voordat u ook maar één euro belegt, moet er voldoende geld direct beschikbaar zijn.
Voor iemand van 70 of ouder mag die financiële buffer doorgaans ruimer zijn dan voor iemand van 30 of 40.
Een kapotte auto of koelkast is niet het grootste probleem. Veel belangrijker kunnen onverwachte uitgaven zijn voor:
- gezondheidszorg;
- tandheelkundige behandelingen;
- aanpassingen aan de woning;
- huishoudelijke hulp;
- een nieuwe auto;
- ondersteuning of verzorging;
- verhuizing;
- familieomstandigheden.
Daarom kan het verstandig zijn om meerdere jaren aan verwachte extra uitgaven beschikbaar te houden.
Dat geld hoort niet op de beurs.
Werk met drie geldpotten
Een eenvoudige manier om uw vermogen na uw 70e te organiseren is het zogenaamde driepottenmodel.
Pot 1 – Geld voor vandaag
Hierin zit het geld dat u direct beschikbaar wilt hebben.
Bijvoorbeeld:
- lopende rekening;
- spaarrekening;
- noodreserve;
- geld voor geplande uitgaven.
Denk daarbij aan uitgaven die u binnen ongeveer twee jaar verwacht.
Dit geld moet vooral veilig en bereikbaar zijn.
Rendement is hier niet de eerste prioriteit.
Pot 2 – Geld voor de komende jaren
Dit betreft vermogen dat u waarschijnlijk niet onmiddellijk nodig heeft, maar mogelijk wel binnen ongeveer twee tot zeven jaar.
Hier past meestal een defensievere aanpak.
Afhankelijk van uw persoonlijke omstandigheden kunt u bijvoorbeeld denken aan:
- deposito’s;
- obligaties van goede kwaliteit;
- obligatiefondsen;
- kortlopende vastrentende beleggingen;
- eventueel een beperkt gedeelte aandelen.
Het doel van deze pot is niet het maximale rendement behalen.
Het doel is een redelijke combinatie van:
beschikbaarheid + stabiliteit + enig rendement.
Pot 3 – Geld voor de lange termijn
Dit is vermogen waarvan u verwacht dat u het gedurende tien jaar of langer niet nodig heeft.
Daar kan beleggen in aandelen nog steeds een plaats hebben.
Ook wanneer u 70, 75 of zelfs 80 bent.
Vooral wanneer het vermogen uiteindelijk mede bedoeld is voor uw kinderen of kleinkinderen kan de feitelijke beleggingshorizon zelfs tientallen jaren bedragen.
Voor dit gedeelte kan een wereldwijd gespreide aandelenportefeuille bijvoorbeeld een mogelijkheid zijn.
Maar altijd als onderdeel van een totaalplan.
Hoeveel moet u dan beleggen?
Daar bestaat geen universeel percentage voor.
De bekende oude vuistregel:
100 minus uw leeftijd = percentage aandelen
is daarvoor veel te eenvoudig.
Volgens die regel zou iemand van 75 slechts 25% in aandelen mogen beleggen.
Maar twee mensen van 75 kunnen financieel totaal verschillende situaties hebben.
Voorbeeld 1
U ontvangt maandelijks €4.000 pensioen en heeft €2.500 nodig om comfortabel te leven.
Daarnaast bezit u €400.000 vermogen.
U hoeft waarschijnlijk maar zelden geld aan uw vermogen te onttrekken.
In zo’n situatie kunt u mogelijk meer beleggingsrisico dragen.
Voorbeeld 2
U ontvangt €2.000 pensioen maar besteedt maandelijks €3.000.
Uw vermogen bedraagt €150.000.
Iedere maand moet dus ongeveer €1.000 uit uw vermogen komen.
Uw afhankelijkheid van dat vermogen is veel groter.
Een forse beursdaling kan dan aanzienlijk vervelender zijn.
De belangrijkste vraag is daarom:
Hoe afhankelijk bent u van uw vermogen voor uw dagelijkse levensonderhoud?
Hoe groter die afhankelijkheid, hoe voorzichtiger u meestal met dat vermogen wilt omgaan.
Het gevaar van beleggen vlak voor u het geld nodig heeft
Een belangrijk risico voor gepensioneerden is het zogenaamde sequence of returns risk.
Dat klinkt ingewikkeld, maar het principe is eenvoudig.
Stel:
U heeft €200.000 belegd en de beurs daalt 25%.
Uw vermogen daalt naar ongeveer €150.000.
Wanneer u niets hoeft te verkopen, kunt u eventueel wachten op herstel.
Maar wanneer u juist tijdens die daling ieder jaar €15.000 moet opnemen, verkoopt u beleggingen tegen lage koersen.
Daardoor wordt herstel veel moeilijker.
Daarom is het verstandig om geld dat u op korte termijn verwacht nodig te hebben niet afhankelijk te maken van de aandelenmarkt.
Een goede cashbuffer voorkomt dat u tijdens een beurscrisis gedwongen moet verkopen.
Moet u na uw 70e nog aandelen bezitten?
Dat kan zeker rationeel zijn.
Aandelen vertegenwoordigen immers deelnemingen in bedrijven. Op lange termijn kunnen ondernemingen groeien, winst maken en dividenden uitkeren.
Historisch gezien hebben aandelen over lange perioden meestal een hoger rendement opgeleverd dan spaargeld, maar daar staat tegenover dat aandelenkoersen soms zeer sterk kunnen dalen.
Dalingen van 20%, 30% of meer zijn op aandelenmarkten niet uitzonderlijk.
Daar moet u financieel én mentaal tegen kunnen.
Een eenvoudige test:
Stel dat €100.000 aan beleggingen tijdelijk daalt naar €70.000. Wat doet u?
Wanneer uw eerste reactie zou zijn:
“Alles verkopen voordat ik nog meer verlies.”
dan is €100.000 waarschijnlijk te veel om in aandelen te beleggen.
De beste portefeuille is namelijk niet de portefeuille met theoretisch het hoogste rendement.
Het is de portefeuille die u ook tijdens slechte beursjaren kunt volhouden.
Spreiding wordt naarmate u ouder wordt nog belangrijker
Een groot gedeelte van uw vermogen beleggen in één onderneming, één sector of één land kan aanzienlijke risico’s opleveren.
Dat geldt bijvoorbeeld ook wanneer iemand jarenlang aandelen heeft opgebouwd in het bedrijf waarvoor hij heeft gewerkt.
Een brede spreiding kan risico’s verminderen.
Denk aan beleggingen verspreid over:
- Europa;
- Verenigde Staten;
- Azië;
- opkomende markten;
- verschillende bedrijfstakken;
- duizenden ondernemingen.
Daarom kiezen veel particuliere beleggers voor breed gespreide indexfondsen of ETF’s.
Daarmee koopt u in één keer een groot aantal verschillende beleggingen.
Dat betekent overigens niet dat een ETF automatisch veilig is.
Een aandelen-ETF blijft een aandelenbelegging en kan dus fors dalen.
Let extra goed op de kosten
Na uw 70e is het vaak niet nodig ingewikkelde financiële producten te kopen.
Juist eenvoud kan een voordeel zijn.
Een verschil van bijvoorbeeld 1% jaarlijkse kosten lijkt klein.
Maar bij €300.000 vermogen betekent 1%:
€3.000 per jaar.
Over tien jaar praat u, zonder rekening te houden met rendementseffecten, al over €30.000.
Vraag daarom altijd:
- hoeveel betaal ik jaarlijks?
- zijn er beheerkosten?
- zijn er fondskosten?
- zijn er transactiekosten?
- zijn er bewaarkosten?
- betaalt de adviseur zichzelf via provisies?
- bestaan er goedkopere alternatieven?
Hoe ingewikkelder een financieel product wordt uitgelegd, hoe belangrijker het is om precies te begrijpen waar u voor betaalt.
Pas op voor hoge rendementen met weinig risico
Vooral ouderen met opgebouwd vermogen zijn een aantrekkelijke doelgroep voor verkopers van financiële producten.
Wees daarom zeer terughoudend wanneer iemand spreekt over:
- gegarandeerd hoog rendement;
- vrijwel geen risico;
- exclusieve beleggingen;
- vastgoedprojecten met gegarandeerde opbrengsten;
- cryptoprojecten;
- leningen aan onbekende ondernemingen;
- constructies waarbij uw geld jarenlang vaststaat.
Een eenvoudige financiële regel blijft bruikbaar:
Een hoog verwacht rendement zonder noemenswaardig risico bestaat vrijwel niet.
Hoe aantrekkelijker de voorgespiegelde opbrengst, hoe belangrijker het wordt om te onderzoeken welk risico daar werkelijk tegenover staat.
Vastgoed is ook een belegging
Veel 70-plussers zeggen:
“Ik beleg niet. Ik heb alleen wat woningen.”
Maar vastgoed is eveneens een belegging.
En soms een zeer geconcentreerde belegging.
Wanneer het grootste gedeelte van uw vermogen bestaat uit bijvoorbeeld drie woningen in dezelfde regio, bent u sterk afhankelijk van:
- de lokale vastgoedmarkt;
- huurprijzen;
- belastingwetgeving;
- onderhoudskosten;
- huurders;
- rentestand;
- regelgeving.
Vastgoed kan uitstekend onderdeel zijn van een vermogen, maar het is niet automatisch veiliger dan aandelen.
Bovendien kan vastgoed op hogere leeftijd praktisch belastend worden.
Een appartement verkopen duurt nu eenmaal langer dan geld opnemen van een spaarrekening.
Liquiditeit verdient daarom steeds meer aandacht.
U mag uw geld ook gewoon uitgeven
Dit punt wordt in financiële artikelen opvallend vaak vergeten.
Vermogen is geen wedstrijd waarbij degene met het hoogste banksaldo bij overlijden heeft gewonnen.
Wanneer u tientallen jaren heeft gewerkt en gespaard, mag uw vermogen ook worden gebruikt om het leven aangenamer te maken.
Bijvoorbeeld voor:
- reizen;
- comfortabeler wonen;
- huishoudelijke hulp;
- familie bezoeken;
- hobby’s;
- uit eten;
- een betere auto;
- ondersteuning van kinderen of kleinkinderen.
Veel mensen zijn hun hele leven bijzonder goed geweest in sparen, maar blijken het moeilijk te vinden om na hun pensionering geld uit te geven.
Daarom hoort bij financiële planning na uw 70e niet alleen de vraag:
“Hoe behoud ik mijn vermogen?”
maar ook:
“Hoe kan mijn vermogen mijn leven verbeteren?”
En wat wilt u uiteindelijk nalaten?
Na uw 70e wordt vermogensplanning steeds meer verweven met estate planning.
Wilt u uw vermogen volledig zelf gebruiken?
Wilt u iets nalaten aan kinderen?
Wilt u kleinkinderen helpen?
Wilt u tijdens uw leven al schenken?
Heeft u ondernemingen of vastgoed?
Dan kunnen belastingheffing, testamenten, erfrecht en schenkingen een minstens zo groot financieel effect hebben als het rendement op uw beleggingen.
Voor Nederlanders en Belgen die in het buitenland wonen, is dit extra belangrijk.
Niet alleen nationaliteit maar onder andere woonland, fiscale woonplaats, locatie van bezittingen en lokale wetgeving kunnen relevant zijn.
Laat grote schenkingen of wijzigingen in uw vermogensstructuur daarom vooraf fiscaal en juridisch beoordelen.
Een praktisch voorbeeld
Stel dat een echtpaar van 72 en 74 jaar beschikt over:
Spaargeld en belegbaar vermogen: €400.000
Hun pensioeninkomen is voldoende voor de normale maandelijkse uitgaven.
Zij verwachten de komende jaren ongeveer €50.000 nodig te hebben voor woningonderhoud, een auto en enkele grote reizen.
Een mogelijke manier van denken zou dan kunnen zijn:
€75.000 direct beschikbaar
Voor onverwachte gebeurtenissen en geplande grote uitgaven.
€125.000 defensiever vermogen
Bijvoorbeeld spaardeposito’s en kwalitatief goede obligatiebeleggingen.
€200.000 langetermijnvermogen
Een breed gespreide beleggingsportefeuille voor geld dat waarschijnlijk gedurende langere tijd niet nodig is.
Dit is nadrukkelijk geen standaardportefeuille.
Bij een ander echtpaar kan €300.000 spaargeld en €100.000 beleggingen verstandiger zijn.
En voor iemand anders juist andersom.
Het voorbeeld laat vooral zien dat u uw vermogen kunt verdelen op basis van wanneer u het geld nodig denkt te hebben.
De belangrijkste vraag: hoeveel is genoeg?
Naarmate u ouder wordt, verschuift het financiële doel.
Tijdens uw werkzame leven vraagt u:
Hoe bouw ik vermogen op?
Later wordt de vraag:
Hoe zorg ik ervoor dat mijn vermogen voldoende is voor de rest van mijn leven?
Maar uiteindelijk ontstaat nog een derde vraag:
Waar is dat vermogen eigenlijk voor bedoeld?
Wanneer u voldoende financiële reserves heeft, hoeft iedere beslissing niet meer gericht te zijn op maximaal rendement.
Rust, eenvoud en vrijheid worden steeds waardevoller.
Misschien levert een bepaalde belegging theoretisch iets meer rendement op, maar als u er iedere dag de beurskoersen voor controleert en er ’s nachts wakker van ligt, is het de vraag of dat extra rendement het waard is.
Tien aandachtspunten voor sparen en beleggen na uw 70e
- Houd voldoende geld direct beschikbaar.
Beleg nooit geld dat u binnenkort nodig kunt hebben. - Bescherm uw vermogen tegen inflatie.
Alles permanent in contanten houden heeft eveneens risico’s. - Kijk naar uw financiële horizon, niet uitsluitend naar uw leeftijd.
- Beleg alleen in producten die u begrijpt.
- Spreid uw risico.
Zet niet een groot gedeelte van uw vermogen in één onderneming, één land of één project. - Let scherp op jaarlijkse kosten.
- Voorkom dat u tijdens een beursdaling gedwongen moet verkopen.
- Bekijk uw vermogen als geheel.
Spaargeld, beleggingen, woning, ander vastgoed en ondernemingen horen bij dezelfde financiële balans. - Denk tijdig na over schenken en nalaten.
- Vergeet niet van uw vermogen te genieten.
Tot slot
Na uw 70e hoeft beleggen niet te stoppen.
Maar het doel verandert.
Het gaat steeds minder om het behalen van het allerhoogste rendement en steeds meer om het vinden van een goede balans tussen:
zekerheid, beschikbaarheid, koopkracht, rendement en levenskwaliteit.
Voor geld dat u binnenkort nodig heeft, is zekerheid belangrijk.
Voor geld dat u jarenlang kunt missen, kan beleggen nog steeds zinvol zijn.
En voor geld waarvan u vrijwel zeker weet dat u het zelf nooit nodig zult hebben, kan de uiteindelijke beleggingshorizon zelfs die van uw kinderen of kleinkinderen zijn.
De verstandigste financiële strategie na uw 70e begint daarom niet met de vraag:
“Hoeveel procent moet ik beleggen?”
Maar met vier andere vragen:
Hoeveel geld heb ik nodig?
Wanneer heb ik het nodig?
Hoeveel zekerheid wil ik?
En wat wil ik uiteindelijk met mijn vermogen bereiken?
Wanneer die vier antwoorden duidelijk zijn, wordt de keuze tussen sparen, beleggen en besteden opeens een stuk eenvoudiger.
Dit artikel bevat algemene informatie en is geen persoonlijk beleggings-, juridisch of fiscaal advies. De optimale vermogensverdeling hangt af van uw persoonlijke en fiscale situatie.

